Waalkade Nijmegen-Lent

Posted · Add Comment

Bij Nijmegen-Lent zijn een nevengeul en een nieuwe waterkering voor de Waal gerealiseerd. Het omvangrijke project Ruimte voor de Waal Nijmegen maakt deel uit van het landelijke programma Ruimte voor de Rivier, dat het risico op overstromingen in Nederland verkleint. Op 3 december 2015 is de nevengeul officieel geopend door minister Schultz van Haegen. Daarmee is de verruiming van de Waal een feit.

Het project Ruimte voor de Waal behelsde het graven van een nevengeul en de aanleg van een eiland in de Waal (Veur-Lent) dat moet uitgroeien tot een uniek rivierpark in het hart van Nijmegen, met ruimte voor wonen, recreatie en cultuur, water en natuur. De combinatie iLent (Dura Vermeer en Ploegam) tekende voor de klus. In dit omvangrijke project ontwierpen Bureau Arjan Karssen, Thijs Asselbergs architectuurcentrale en de landschapsarchitecten van H+N+S aan de hand van een basisontwerp van de gemeente Nijmegen een  reeks opgaven waar civiele architectuur, landschappelijk en industrieel ontwerp elkaar raken.

De nieuwe Lentse kade is ontworpen door de gemeentelijk landschapsarchitect Mathieu Schouten. Het ontwerp is consequent uitgewerkt en met liefde gedetailleerd door Arjan Karssen en Thijs Asselbergs. Deze nieuwe waterkering strekt zich uit tussen de Waalbrug en de spoorbrug en heeft de vorm van een hellend vlak met bestrating dat afloopt in het water. Het werk kreeg de gedaante van een stedelijke ruimte met tal van mogelijkheden om te wandelen, te recreëren en van het uitzicht te genieten op het terras of bij de aanlegsteigers.

Ook ontwierpen Arjan Karssen en Thijs Asselbergs de nieuwe Parmasingelbrug en een ranke trappartij voor fietsers en voetgangers die vanaf de Snelbinderbrug een verkorte aanlanding biedt op de noordoever van de Waal. De Parmasingelbrug verbindt de bestaande Prins Mauritssingel met de Verlengde Waalbrug en kruist daarbij de Watersingel. De wandbekleding van betonelementen met een lamellenpatroon is bepalend voor de robuuste uitstraling van de brug.

Foto’s: Luuk Kramer