Gedicht Anne Vegter Nijmegen-Lent

Posted · Add Comment

Op de nieuwe Waalkade in Nijmegen siert sinds kort een gedicht van Anne Vegter, de Dichter des Vaderlands. Het ontwerp is van Bureau Arjan Karssen. Lettertype is de Nobel Regular in kapitaal onderkast, een schreefloze klassieke letter. De woorden van het gedicht zijn gefreesd in houten mallen waarvan een betonnen afgietsel is gemaakt (i.s.m. Vrijban Delft). De 600 meter lange kade (Lentse Warande) is aangelegd in het kader van Ruimte voor de Waal en is een van de eye-catchers van het project. De kade loopt langzaam af naar het water en is bekleed met Portugees graniet. Betonnen zitranden op de kade vormen een natuurlijke tribune. Het gedicht is aangebracht op de bovenste betonnen rand.

Het gedicht gaat over de beleving van een rivier, de liefde, veranderingen en overdenkingen wanneer je langs de kade wandelt. Doordat de tekst zich uitrolt over een enorme afstand is het gedicht niet te lezen als een ‘normaal’ gedicht. Het is daarom opgebouwd uit zinnen die afzonderlijk te lezen zijn.

We weten nog niet hoe

snel alles, hoe snel je zicht verandert
tot je bent wat je verandert,
hoe snel het kind zich in je opbergt.

We weten nog niet hoe ver alles,
hoe ver de echo van je zang reikt,
hoe ver je gaat of buigt.

We weten nog niet hoe licht alles-
hoe licht het dragen van je geluk-
hoe licht van details het gewicht-

We weten nog niet hoe vaak alles,
hoe vaak de stad schittert in je ogen,
hoe vaak de liefde een daad is van genot.

“Kijk, de stad drijft langs!”
“Zie je iets?”
“Zei je iets?”

Je tekent een bed op het water.
“Wacht je daar op me?”
We weten nog niet wanneer je een godensprong waagt.

Anne Vegter